Poëzie is niet kwetsbaar maar kritiek

Nadruk 16 maart 2026

In Flanders fields the poppies blow / Between the crosses, row on row. Zo begint John McCraes wereldberoemde gedicht, geschreven in mei 1915 tijdens de Tweede Slag om Ieper in de Eerste Wereldoorlog. Het ligt ongetwijfeld aan mij, maar ik dacht dat oorlogspoëzie samenviel met die eerste Grote Oorlog, alsof die zich daar en dan voor het eerst manifesteerde. Quod non. Wikipedia leerde me dat oorlogspoëzie een vast ingrediënt is van zowat alle gewapende conflicten van de Oudheid tot vandaag.

De avond voordien luisterde ik naar Zandman op de radio die een aflevering van de podcast ‘Dichter aan het front’ van Michiel Driebergen (VPRO) uitzond. Via poëzie proberen vier Oekraïense soldaten te verwoorden wat de slepende oorlog met hen doet. Door de verzen komt alles nog harder binnen. Deze soldaat-dichters formuleren wat er onder extreme omstandigheden overblijft van de mens: "Waar zijn mijn dromen? Kijk, ze liggen verstopt in de loopgraven."

Niemand denkt dat die verzen de oorlog stoppen. Maar ze voorkomen dat de mens verdwijnt in zijn eigen angst. Ik luisterde ademloos. Yaryna (1995) is een van de vier geïnterviewden. Toen ze na haar studie taal- en letterkunde als vertaler bij een uitgever in Kiev aan de slag ging, kon ze onmogelijk bevroeden dat ze vandaag als senior korporaal, dronepiloot en militair hospik zou werken. De oorlog kun je niet meer als een ver-van-mijn-bedshow zien. Je hebt geen enkele invloed op waar je geboren wordt, in welk land of in welk gezin, maar Europa zakt toch zachtjes weg uit de kansenkopgroep van de geboorteloterij. Al hebben we hier natuurlijk geen reden tot klagen. 

Waar de wereld kraakt, ademt poëzie. Gedichten verschijnen niet alleen in oorlogstijd, maar ook op de breuklijnen van het alledaagse. Bij geboortes, huwelijken, afscheid. Poëzie is misschien het meest aanwezig in verlies. Er is altijd wel een regel die blijft haken. Niet omdat hij antwoorden geeft, maar omdat hij ruimte maakt voor het ontbreken ervan. 

Als we zelf niet meer weten wat te zeggen, is de behoefte aan fraai geformuleerde taal het grootst. Woorden aan het front van het onzegbare, helaas ook al te vaak letterlijk.

Naar aanleiding van de afgelopen Poëzieweek flakkerde de bezorgdheid over de staat van de poëzie weer op. In onze nieuwe beheersovereenkomst staat het sinds kort ook als een ‘kwetsbaar’ genre te boek. Ik vind dat een ongelukkige omschrijving. Poëzie is nog nooit zo alomtegenwoordig en zichtbaar geweest als vandaag. Niet alleen in de publieke ruimte (kijk maar eens naar het massieve inventarisatiewerk van Kila van der Starre), maar ook in het beleid.

Literatuur Vlaanderen ondersteunt poëzie op een geïntegreerde en structurele manier, van auteur tot lezer, nationaal en internationaal, binnen en buiten het boek. Dat betekent onder meer dat een vijfde van het budget voor werkbeurzen naar (podium)dichters gaat, net zoals 12% van alle ondersteunde auteurslezingen, 14% van de translation grants (voor de steun van vertaling van poëzie), 22% van de travel grants (voor internationale presentaties van dichters), 53% van de literaire projecten (waarin poëzie een significante rol speelt), naast de structurele steun aan het Poëziecentrum en andere organisaties waar de presentatie van poëzie tot de kernwerking hoort. 

Poëzie is niet kwetsbaar, maar krachtig. Het is misschien wel het genre waar de meeste mensen mee te maken krijgen in hun leven. Ik durf te vermoeden dat meer mensen af en toe een gedicht lezen dan dat ze zich aan een roman wagen. En nog meer mensen die het misschien niet lezen, schrijven poëzie.

Ja, ik hoor je het al zeggen: En de verkoop van dichtbundels dan? Akkoord, die stelt weinig voor, maar dat is nooit anders geweest. De top 10 van de bestverkochte Nederlandstalige bundels in 2024 bedroeg samen 6.774 exemplaren. Als de gemiddelde bundel 200 keer per jaar over de toonbank gaat, is het een succes. Al krikt de rechtstreekse verkoop bij de presentatie van de bundel of andere live optredens dat aantal nog wel wat omhoog.

En de verschijningskansen dan? Ook die lijken wat terug te lopen. De interne subsidiëring van de uitgeverij staat onder druk. Als de verkoop van bestsellers daalt, bedreigt dat de publicatiekansen van poëzie. Toch verschijnt er vandaag nog altijd best veel moois. Bij grote uitgeverijen én bij de vele gespecialiseerde kleinere uitgeverijen. Daarnaast is er bij Literatuur Vlaanderen ook de mogelijkheid van steun voor bijzondere literaire publicaties.

Kortom: poëzie is geen kwetsbaar genre. Poëzie is een kritiek genre, als in: cruciaal, wezenlijk, essentieel, allesbehalve marginaal. Poëzie is toch nutteloos? Absoluut, maar broodnodig tegelijk, als gebalde bliksemafleider en katalysator van emoties. Of, met de bekende woorden van Herman de Coninck: "Toen ik ooit lesgaf, poëzie, aan jongens die daar helemaal niet om gevraagd hadden, was de eerste vraag: moeten we dat kennen voor het examen? Nee, voor het leven, zei ik."

Misschien is dat het echte nut van poëzie: ze weigert het nut. Ze laat ons even ontsnappen aan de dwangmatigheid van efficiëntie, definitie, eenduidigheid. Poëzie weigert het tempo van de rest van de wereld. Ze leest niet mee, ze leest tegen. Daardoor brengt ze resonantie, precies wanneer wij daar het verst van verwijderd zijn.

Ik eindig graag met een hopla van Judith Herzberg, omwille van waar ik mee begon. 

Anno 

“Een land waar vrijheid 

eeuwen stond. En dat die 

zo verfrommeld wordt.” 

Paul.