Professor jeugd- en Engelstalige Literatuur aan de Universiteit Antwerpen Vanessa Joosen was in 2025 voor de tweede keer voorzitter van de adviescommissie illustratie & kinder- en jeugdliteratuur. “Het was een korte comeback: de combinatie met mijn academische opdracht bleek te intensief. Maar de missie van Literatuur Vlaanderen om makers van sterke kinder- en jeugdboeken te ondersteunen blijf ik heel belangrijk vinden.”
Wat haar vooral bijbleef, is het inkijkje achter de schermen. “Als lezer of onderzoeker zie je boeken meestal pas wanneer ze af zijn. Hier nemen aanvragers je in vertrouwen en lichten ze de creatieve overwegingen toe die meespelen bij het maken van een boek. Van idee naar succesvol boek is zelden een rechtlijnig traject. Het gepubliceerde boek is vaak maar het topje van de ijsberg: daarachter zit een intens proces van zoeken naar de juiste (beeld)taal, langs inspiratiebronnen, en soms ook via doodlopende paden. Dat vond ik bijzonder boeiend om te lezen.” Joosen waardeert ook de Liever Live-gesprekken, die makers en commissieleden dichter bij elkaar brachten. “Samen nadenken over wat een goede aanvraag is, zorgt voor meer wederzijds begrip.”
Wat neem je nog mee van de ervaring als commissielid?
“De discussies met de andere commissieleden waren enorm leerrijk. Iedereen keek vanuit een andere achtergrond naar kinder- en jeugdboeken. Als academicus, maar ook als recensent en jurylid is mijn blik eerder analytisch. Als taal- en letterkundige ben ik bovendien opgeleid in het interpreteren van teksten. Het was een meerwaarde om de mening te horen van collega’s met meer ervaring in het maken van beelden bijvoorbeeld, of van commissieleden die vanuit een andere culturele achtergrond kijken.”
Wat we wel deelden, was respect voor de makers en de wens om goede boeken mogelijk te maken. De dossiers werden dan ook met de grootste zorg behandeld. Soms sturen aanvragers fragmenten mee die nog door niemand anders zijn gelezen of delen ze heel open waarom bepaalde plannen mislukt zijn. Daar gingen we uiteraard heel discreet mee om. We zochten ook altijd naar positieve elementen. Wanneer we potentieel zagen, gaven we een dossier het voordeel van de twijfel.
Wat is je gouden tip voor wie een subsidieaanvraag wil indienen?
“In dossiers duiken nog vaak clichés op over kinder- en jeugdliteratuur: dat kinderboeken vooral lief en schattig moeten zijn, of dat je ‘even snel’ een kinderboek schrijft. Ik ben ook een beetje sceptisch voor auteurs en illustratoren die zeggen: ‘Ik heb zelf kinderen, dus ik weet hoe het moet’. Dan ga je ervan uit dat je eigen kinderen representatief zijn voor alle kinderen.”
Mijn advies: lees veel hedendaagse kinder- en jeugdliteratuur. Zo krijg je voeling met wat er leeft in je thema of genre. De commissieleden beoordelen immers of het geplande werk een meerwaarde heeft voor het veld. Soms denkt iemand dat een idee origineel is, terwijl wij meteen een heel aantal titels kunnen bedenken die hetzelfde al (beter) doen. En vooral: neem kinderen serieus, als lezers en als mensen. Het moet niet allemaal lief en schattig zijn. Kinderen verdienen verhalen die goed doordacht en met zorg gemaakt zijn.