Visual Box ontving intussen drie keer steun van Literatuur Vlaanderen: twee keer voor de bewerking van een sprookje en recent voor een versie van ‘Klein wit visje’ in Vlaamse Gebarentaal (VGT). Met deze projecten wil het mediabedrijf dove kinderen verhalen bieden waarin ze zich herkennen, en tegelijk een brug slaan naar horende kinderen.
Hun werk toont hoe literatuur in Vlaamse Gebarentaal niet alleen toegankelijkheid vergroot, maar ook diversiteit in kinderboeken stimuleert. Daarover sprak Literatuur Vlaanderen met Jorn Rijckaert, initiatiefnemer van het project.
Hoe kiezen jullie welke titels jullie willen vertalen?
Jorn: “Het idee voor ‘Dove Sprookjes’ ontstond vanuit mijn eigen ervaring. Ik ben doof en filmmaker. Als kind vroeg ik me af: ‘Bestaat er een sprookje met dove personages?’ Samen met Filip Heyninck, dove illustrator, groeide het plan om sprookjesfiguren te creëren waarmee dove kinderen zich kunnen identificeren.”
“De vertaling van ‘Klein wit visje’ kwam er via VGT Kids, een project tijdens de coronapandemie waarbij dove vrijwilligers kinderboeken in Vlaamse Gebarentaal vertelden via sociale media. Ophélie Fonzé, leerkracht op een dovenschool, gebruikte ‘Klein wit visje’ vaak in haar klas en bracht het bij ons onder de aandacht. Volgens haar is het een klassieker die thuishoort in het collectieve geheugen van dove kinderen.”
Er is nog altijd een tekort aan dove personages en rolmodellen, figuren met wie dove kinderen, en zelfs volwassenen, zich kunnen identificeren. Dat maakt initiatieven zoals het onze noodzakelijk.
Jorn Rijckaert
Waarom zijn verhalen in VGT belangrijk?
Jorn: “Steeds meer kinderverhalen verschijnen in Vlaamse Gebarentaal, en dat is fantastisch. Dove kinderen krijgen zo toegang tot verhalen in hun eerste taal. Ook voor horende kinderen van dove ouders is dit belangrijk. Maar er is nog altijd een tekort aan dove personages en rolmodellen, figuren met wie dove kinderen, en zelfs volwassenen, zich kunnen identificeren. Dat maakt initiatieven zoals het onze noodzakelijk.”
Visual Box
Welke uitdagingen zijn er bij het vertalen van een prentenboek naar VGT?
Jorn: “Bij een prentenboek willen we niet alleen vertalen wat er staat, maar ook de onderliggende boodschap meegeven. Dat vraagt een grondige analyse van het boek en een goede samenwerking met auteur en uitgever voor beeldmateriaal. Tot slot moeten we inventief zijn bij de vertaling van creatieve Nederlandse teksten. Rijm of woordgrapjes zijn vaak een uitdaging.”
“Bij sprookjes vertrekken we van het originele verhaal, niet van Disney. We maken tekst, illustraties én vertaling zelf. Dat geeft vrijheid, maar ook veel werk.”
“Bij die sprookjes nemen we zoveel mogelijk elementen uit het originele verhaal over, maar geven we er tegelijk een eigen draai aan vanuit de dovencultuur. In ‘Dove Pinokkio’, bijvoorbeeld, wordt de neus van Pinokkio niet langer wanneer hij liegt. In plaats daarvan worden zijn handen groter wanneer hij zich schaamt voor het gebruik van gebarentaal. In ‘Dove Zeemeermin’ willen we dan weer geen klassiek liefdesverhaal vertellen, maar wel tonen hoe rijk een diverse samenleving kan zijn.”
Hoe belangrijk is de technische expertise van Visual Box voor het slagen van dit project? Jorn: “Visual Box begon als hobbyfilmclub en groeide uit tot een professioneel mediabedrijf gespecialiseerd in gebarentaalmedia. Dankzij onze opgebouwde reputatie binnen de Vlaamse dovengemeenschap en daarbuiten, vertrouwen veel organisaties op onze expertise.”
“Door dit vertrouwen konden we onze technische vaardigheden steeds verder verfijnen, wat direct bijdraagt aan kwalitatieve videoproducties van kinderverhalen in Vlaamse Gebarentaal. Onze vertaaldienst ondersteunt vertellers bij het omzetten van Nederlands naar VGT, wat het proces efficiënter en professioneler maakt.”
Jullie vertalingen richten zich in de eerste plaats op dove mensen. Hoe proberen jullie ook de horende omgeving te betrekken?
Jorn: “‘Dove Pinokkio’ is beschikbaar als strip met Nederlandstalige tekstballonnen. Bij ‘Klein wit visje’ integreren we de oorspronkelijke tekst in de montage.”
“Audio voegen we voorlopig niet toe. We willen dat horende kinderen gebaren leren begrijpen en dat dove kinderen de leiding nemen. Een audiospoor kan ertoe leiden dat men minder naar gebaren kijkt. Bovendien is synchronisatie technisch moeilijk: VGT en Nederlands lopen niet gelijk. Als we ons moeten aanpassen aan een ingesproken stem, riskeren we dat VGT zich moet plooien naar het Nederlands, terwijl dat niet de bedoeling is van een kwalitatieve vertaling. We sluiten audio niet volledig uit, maar het is iets wat we goed moeten overdenken: hoe kunnen we dit op een doeltreffende manier aanpakken? Voor wie heeft dit werkelijk het grootste voordeel?”
Visual Box
Welke reacties kregen jullie al van de doelgroep?
Jorn: “Ouders stuurden ons een video van hun dove kind dat naar ‘Dove Pinokkio’ keek op televisie. Hij keek zó geboeid en leefde intens mee met het personage. Het was hartverwarmend om te zien hoeveel impact zo’n bescheiden verhaal kan hebben.”
“We horen vaak dat Dove Pinokkio een soort kinderheld is geworden, en dat er enorm uitgekeken wordt naar ‘Dove Zeemeermin’. Ook bibliotheken nemen contact op om ‘Dove Pinokkio’ te bestellen, en stripspeciaalzaak De Poort toonde meteen interesse. Dat betekent heel veel voor ons. Het helpt om een breder publiek te bereiken en te sensibiliseren rond dovencultuur en gebarentaal.”
Audio voegen we voorlopig niet toe. We willen dat horende kinderen gebaren leren begrijpen en dat dove kinderen de leiding nemen.
Jorn Rijckaert
Hoe zien jullie de toekomst?
Jorn: “We werken stiekem al aan een derde titel in de reeks ‘Dove Sprookjes’, maar we willen nog niet te veel verklappen. Daarnaast denken we na over welke boeken nog vertaald kunnen worden. Daarbij willen we rekening houden met de wensen van de dovengemeenschap. Tot slot hopen we ooit zelf een kinderboek te mogen maken voor een bekende uitgeverij, zodra we voldoende ervaring hebben opgebouwd.”
Wat is de rol van Literatuur Vlaanderen in dit project?
Jorn: “Via de regeling voor doelgroepgerichte publicaties creëert Literatuur Vlaanderen kansen voor minderheden om zelf verhalen te maken of toegankelijk te maken. Het vertrouwen van Literatuur Vlaanderen gaf ons de moed om onze productie (zoals de stripreeks ‘Dove Sprookjes’) op te starten, maar doet ons ook dromen: dat wij zelf verhalen kunnen maken en schrijven, iets wat in de mainstream markt vaak moeilijk is. Literatuur Vlaanderen maakt diversiteit in literatuur mogelijk: in de verhalen, in de manier waarop verhalen verteld worden, en in wie de verhalen schrijft.”