Dounia Mahammed over de adviescommissie theater

Over Literatuur Vlaanderen 03 augustus 2026

Theatermaker Dounia Mahammed hoopte in de adviescommissie theater een ander perspectief binnen te brengen: “Ik beantwoord niet aan wat hier vaak als ‘de norm’ geldt. Ik heb een Belgisch-Algerijnse achtergrond, ben queer, leef met chronische pijn en mijn artistieke praktijk is vrij experimenteel. Vanuit dat perspectief wilde ik een bijdrage leveren."

Aan de zorgzame manier waarop Literatuur Vlaanderen hun vroeg om in de commissie te zetelen, voelde die dat ook daar de wens leefde om verschillende blikken door de dossiers te laten gaan. “Dat voelde erg fijn en was een reden om toe te zeggen. Daarnaast was er het plezierige vooruitzicht om al die poëtische theaterteksten te lezen en nieuwe artistieke praktijken en schrijvers te leren kennen. Ook dat was een overtuigende factor.”

Wat neem je mee van de ervaring als commissielid?

“Vanuit mijn ervaringen heb ik bepaalde gevoeligheden wanneer ik een tekst of werkplan lees. Dat is niet altijd gemakkelijk. Racisme bijvoorbeeld kan heel subtiel zijn, vaak is een schrijver zich er niet van bewust dat een inhoud of insteek discriminerend kan zijn. Omdat sommige vormen van discriminatie voor mij raken aan een geleefde ervaring, merk ik ze sneller op en komt dat intens binnen. In gesprekken over dat onderwerp heb ik dan soms de neiging om me schrap te zetten, omdat ik weet dat feedback vanuit minder dominante perspectieven niet altijd warm onthaald wordt.” 

In de adviescommissie voelde ik wel dat er ruimte was voor mijn blik, én voor die van anderen. Gevoelige discussies werden gevoerd op een manier die niet ontwrichtend was. Daarnaast ben ik veel bezig geweest met de vraag of en in hoeverre ethische bezwaren, naast de literaire kwaliteit en praktische beoordelingscriteria, mogen doorwegen bij de beoordeling. Dat was soms een evenwichtsoefening: zet ik die kwestie opzij of blijf ik dicht bij mijn intuïtie?

Wat blijft je bij uit de dossiers die passeerden? 

“In negatieve zin blijven de dossiers hangen waarmee ik grote ethische conflicten ervoer. Die konden me soms ontmoedigen. Daar tegenover staan dossiers waarin je voelt dat iemand zoekt en twijfelt. Vaak proberen schrijvers hun dossier zo op te bouwen dat alles helder en onder controle lijkt, met een strak afgebakende visie. Ik vind het juist interessant als er een zoeken gaande is. Het raakt me wanneer iemand reflecteert op eerder werk of mogelijke obstakels in kaart brengt. Ik vind het fijn wanneer aanvragen getuigen van zelfbewustzijn. Daarnaast blijven ook de teksten die me inspireerden of ontroerden me bij, net als teksten met een poëtische eigenheid."

Ik ontmoet graag teksten waarin je de specificiteit van een pen voelt. Dat prikkelt mij meer dan een tekst die perfect volgens ‘de norm’ is opgebouwd.

Wat is je gouden tip voor wie een subsidieaanvraag wil indienen? 

“Ik zou willen aanmoedigen tot voorzichtigheid wanneer je schrijft vanuit een perspectief dat niet het jouwe is. Persoonlijk vermijd ik dat. Maar als je dat wel doet, stel jezelf dan eerst de vraag: hoe zou het zijn voor iemand in het publiek die die ervaring zelf heeft geleefd? Als het voor die persoon ontregelend is, is er iets mis. Toon in je aanvraag dus dat je daar zorgvuldig mee bent omgegaan, bijvoorbeeld door met zorg onderzoek te doen of mensen te betrekken die de ervaring hebben en het budget zo te verdelen dat zij even goed vergoed worden.”

Ook vind ik het een meerwaarde als er in een dossier iets van eigenheid en poëzie sluipt. Dat overtuigt mij meer dan een overdosis informatie.