Hoe schrijf je een sterk werkplan? 10 tips!

In de kijker 05 november 2019

December nadert met rasse schreden. Dat betekent dat heel wat auteurs hun aanvraagdossier voor een werkbeurs aan het voorbereiden zijn. Illustratoren en auteurs van proza, poëzie, theater en kinder- en jeugdliteratuur moeten hun aanvraag ten laatste op 2 december inleveren. Stripauteurs hebben nog tot 10 december de tijd. Maar hoe zorg je nu voor een sterk dossier? Hoe schrijf je een goed werkplan? Deze tips helpen je op weg.

1. Lees het reglement

Aan welke voorwaarden moet ik voldoen om een werkbeurs te kunnen aanvragen? Welke publicaties moet ik kunnen voorleggen om in aanmerking te komen, en hoeveel? Wat moet er allemaal in mijn dossier zitten? Welke criteria hanteert de adviescommissie bij de beoordeling van mijn dossier? Het staat allemaal in het reglement. Lees dit dus grondig door voor je je dossier begint op te stellen. Twijfel je of je voldoet aan de voorwaarden om aan te vragen, of heb je een andere vraag? Neem dan contact op met Literatuur Vlaanderen.

2. Maak het concreet

Waarover zal je boek of theatertekst gaan? Welke thema’s komen aan bod? Hoe wil je je idee uitwerken? Hoe zul je je verhaal opbouwen? Hoe lang denk je dat het wordt? Antwoorden op onder meer deze vragen kunnen de adviescommissie helpen om je dossier zo goed mogelijk te beoordelen. Schrijf dus niet alleen over de ideeën die je tot het project hebben aangezet, maar ook over de manier waarop je er concreet mee aan de slag wilt gaan.

Schrijven aan de laptop

3. Geef een volledig beeld

Misschien diende je een van de voorbije jaren al een werkplan in voor een project dat ook in je nieuwe werkplan aan bod komt. Vermeld in dat geval niet alleen de nieuwe of gewijzigde informatie over het project, maar geef álle relevante informatie mee. De adviescommissies krijgen je vorige werkplannen niet opnieuw bezorgd. Bovendien verandert de samenstelling van de commissies geregeld.

Kader je project dus goed, wees volledig en begin bij het begin. Geef een stand van zaken van lopende projecten: wat is er al gebeurd en wat staat er nog op de planning? Zijn er projecten van koers veranderd of geannuleerd? Heeft je vorige werkplan vertraging opgelopen? Heb je al gewerkt aan andere projecten die nog niet in je vorige werkplan voorkwamen?

4. Plak er een datum op

Vermeld in je dossier voor elk project een duidelijke timing. Welke stappen zijn er nodig (onderzoek, schrijven, herschrijven, interviews, reizen enz.) en hoeveel tijd voorzie je voor elk van die stappen? Wanneer denk je het (schrijf)project af te hebben? De voorziene timing kan uiteraard veranderen: het werk kan langer duren dan verwacht of net sneller gaan. Toch is het nuttig om je eigen inschatting mee te geven. Vermeldde je een bepaald project al in een vorig werkplan en is de planning veranderd? Geef dit dan aan in je nieuwe dossier, met een woordje uitleg.

5. Leg uit waarom

Maak niet alleen duidelijk wát je wilt gaan doen, maar ook waarom. Waarom wil je deze specifieke theatertekst of dit specifieke boek schrijven of illustreren? Waarom ga je op een bepaalde manier te werk? Waarom kies je voor een bepaalde stijl, structuur, type verteller of beeldtaal? Met het antwoord op deze en andere vragen geef je je project de nodige context mee. Zo krijgen de adviescommissies een goed beeld van waar je naartoe wilt.

6. Schets het bredere plaatje

Een creatief proces bestaat nooit in een vacuüm. Welke plaats heeft het nieuwe project in je oeuvre? Hoe zie je je eigen ontwikkeling als auteur of illustrator? In welk opzicht is het nieuwe project anders dan je eerdere werk, en waarom? Een toelichting over hoe je je eigen auteurschap ziet, is voor de adviescommissies bijzonder waardevol bij de beoordeling van je dossier.

Literatuur Vlaanderen ontvangt en verwerkt je dossier

7. Geef aan waar je werk een plek zal vinden

Voeg het uitgavecontract of contract met het betrokken gezelschap bij je dossier. Als er nog geen contract is, stuur je een intentieverklaring mee. Een e-mail van de uitgever of het toneelgezelschap kan volstaan.

8. Geef uitleg over tekst en beeld

Werk je aan een geïllustreerd boek of een strip? Geef dan toelichting bij de verhouding en de interactie tussen woord en beeld. Op welke manier gaan ze met elkaar in dialoog? Hoe vullen ze elkaar aan? Geef bij samenwerkingen tussen auteurs en illustratoren of tussen scenaristen en striptekenaars ook toelichting bij de manier waarop die samenwerking precies zal verlopen.

9. Vermeld je bronnen

Doe je research voor je tekst of tekeningen? Vermeld dan je bronnen in je werkplan. Dat is zeker belangrijk bij non-fictiepublicaties, maar kan ook heel nuttig zijn bij werkplannen voor andere genres. Geef aan waar je informatie zoekt en hoe je met die informatie aan de slag gaat. Schrijf je een non-fictieboek over een bepaald onderwerp? Kader jouw project dan in de bestaande literatuur over het thema en geef aan hoe het er een aanvulling op vormt.

10. Wees jezelf

Iedere auteur is uniek en dus is ook elk werkplan anders. Wil je de verschillende aandachtspunten uit het reglement kort en bondig behandelen? Of wil je net een heel gedetailleerd werkschema meegeven? Aan jou de keuze. Uiteraard is het belangrijk dat je voldoende informatie geeft en volledig bent, maar ook dat je schrijft in de stijl die bij je past. Diversiteit is – ook op dat vlak – belangrijk. Let er wel op dat het dossier duidelijk is, ook voor wie zonder voorkennis begint te lezen.